Een pakje Liebig's zelfrijzend bakmeel (bijna 3 ons zwaar), 1/4
ons gist of 1/4 flesch legèn, dan wel iets meer legèn, 5 gram zout,
2 goed geklutste eieren, melk of water.
Bereiding:
Het meel doet men in een bak of kom, maakt er een kuiltje in, waarin
men, als onder punt 3 No. 693, de gist of de legèn en de geklutste
eieren doet. Men maakt hiervan een deeg als hiervoren beschreven, doet
er zout en water of melk bij en kneedt het zoo lang tot het deeg van de
vingers loslaat, waarna men er een bal van vormt, dien men laat rijzen.
De verdere behandeling als hiervoren, sub 5-10 (No. 693).
Bij warm weder neemt men minder gist. De hoeveelheid legèn behoeft,
bij warmte, geen vermindering. Van het deeg houde men dan een stukje
over, om het, over 2 à 3 dagen, als gist te gebruiken voor het opnieuw
te maken brood. Hierna houdt men, wederom, voor later, wat apart.