Muskaatnoten, kalkwater, zout, suiker tot stroop gekookt.
Bereiding:
De vruchten moeten zéér dun geschild of met een glasscherf afgeraspt
worden. Daarna snijdt men er figuren van, gewoonlijk bloemsoorten. Men
prikt er met een grove naald in en zet ze een oogenblik in zout water,
daarna een heelen nacht in kalkwater. Den dag daarop wascht men ze
af en laat ze tien minuten in reeds kokend water opkoken. Vervolgens
doet men ze in dunne suikerstroop, die men iederen dag opwarmt,
zonder de vruchten.
Is de stroop afgekoeld dan doet men er de vruchten weder in. Dit
herhaalt men gedurende acht dagen. Den negenden dag warmt men de
stroop met de vruchten samen op. Laat ze daarna bekoelen en doe de
manisan in stopflesschen.