Djeroek-poeroet, broodsuiker en suiker tot stroop gekookt.
Bereiding:
De djeroek-poeroet wordt tegen de broodsuiker aangeraspt
(vruchtensuiker gemaakt). Daarna worden de vruchten van onder
kruiselings opengesneden en kort op in water gekookt. Als ze gaar zijn,
drukt men er het water voorzichtig uit. Men weekt ze daarna, gedurende
twee dagen, in koud water, dat elken morgen moet ververscht worden.
Hierna wordt de broodsuiker met de suikerstroop opgekookt, geklaard
en gezeefd.
De djeroek-poeroet haalt men nu uit het water, perst uit de vruchten
het overtollige nat, door een zeef, en kookt dit nat met de vruchten
en de stroop samen op, tot alles dik is.
Den volgenden dag haalt men de vruchten wederom uit de stroop, droogt
ze in de zon, kookt de stroop weêr op en doet de gedroogde djeroeks
wederom in de stroop.
Deze bewerking herhaalt men drie dagen.