Een half pond zoete en 10 gram bittere amandelen, 1 theelepel
oranjebloesemwater, ongeveer 4 à 5 flesschen water, 1/2 à 3/4 pond
witte suiker.
Bereiding:
De bittere amandelen worden eerst in warm water gebroeid, daarna
gepeld. Vervolgens stampt men ze met de zoete amandelen fijn en maakt
hiervan en van het oranjebloesemwater een goed gemengd fijn deeg.
Dit deeg wordt daarna met het water aangelengd tot een melkachtig
vocht, dat men door een schoonen linnen doek zeeft, waarbij men de
amandelen goed perst.
In het daarvan verkregen vocht lost men de witte suiker goed op en
bewaart dit vervolgens in flesschen, op een koele plaats.