Tien groote aardappels, 2 lepels meel, 1 theelepel zout, 5 eieren,
1 kopje klapperolie, fijne, witte suiker, beschuitkruim.
Bereiding:
De aardappels worden in de schil gekookt, daarna daarvan ontdaan en
fijngemaakt. Men roert dit vervolgens dooreen met het meel en het zout,
en daarna een-voor-een, met de eieren. Hiervan worden langwerpig ronde
balletjes gemaakt, die men in beschuitkruim wentelt en in de heete
klapperolie bruin braadt. Men eet ze warm, met witte suiker bestrooid.