(Voor eene groote hoeveelheid.)
Tien pond goela pasir, een gantang ketanmeel.
Bereiding:
De suiker wordt tot stroop gekookt, gezeefd en nog eens opgekookt
tot zij er lichtbruin en helder uitziet. Daarna wordt ze, langzaam
aan, met het meel vermengd. Dit mengsel wordt in kleine en groote
krandjangs, die met jonge pisang-bladeren bekleed zijn, half vol,
gestort en gedurende vijf uren, of iets langer, gestoomd.