616. KWÉE SOERAT.

Een pond meel, 1/4 pond boter, 10 eieren, waarvan 6 zonder het wit,

1 pond witte suiker, 2 theelepels kaneel, 6 fijngestampte kruidnagels,

1 1/2 ons fijngestampte foelie, stroop van javaansche suiker of een

of ander gelei of manisan, zout.

Bereiding:

De eieren worden goed geklutst en de boter, die men eerst gesmolten

heeft, er doorheen geroerd, waarna men hiermede het meel voorzichtig

vermengt. Doe daarna de suiker en de specerijen hier doorheen en maak

hiervan een goed kneedbaar deeg, dat men op de plank uitrolt. Snijd

dan langwerpig vierkante stukken uit dit uitgerolde deeg. Vouw deze

stukken op en doe er javaansche suiker, gelei of manisan tusschen. Men

rondt de koeken dan af en bestrijkt ze met geslagen eierdooiers,

waarin men wat gesmolten boter heeft gedaan, en bakt ze, met onder

en boven vuur, in een penggorèngan, lichtbruin.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 661 / 1109 题