Een pond boter, 1 flesch water, 1/2 pond bloem, 10 eieren, zout.
Bereiding:
Boter en water worden samen gekookt tot het water borrelt en de boter
versmolten is. Laat dit bijna koud worden en roer dit, met het zout
door het meel.
Daarna klutst men tien eieren wit en roert dit door het aangemaakte
meel tot een deeg. Nu neemt men kleine soesvormpjes, die men, middels
een veertje, met boter heeft besmeerd, en vult ze half vol met dit
beslag. De soesen worden gebakken met vuur, van onderen alleen;
als ze gerezen zijn doet men er óók van boven vuur op. Men eet ze
met rozenstroop of vanillevla.