Een kopje bloem, 1 bierglas water, 2 lepels boter, 6 eierdooiers,
boter en olie, fijne suiker.
Bereiding:
Het water kookt men op met de boter en laat dit daarna
bekoelen. Vervolgens roert men er het meel mede aan, zoodat dit niet
klontert. Zet dit deeg te vuur en roer het aanhoudend, tot het gaar
en een dikke brij is. Nu klopt men de zes eierdooiers tot zij wit
worden en roert die door de dikke brij. Hiervan maakt men balletjes,
die men in half boter half olie bruin bakt. Ze worden, warm, met
witte suiker voorgediend.