604. KWÉE PASTEI.

Twee jonge kippen, de hartjes en levertjes, 1 lepel ketoembar, 1/2

lepel djienten, 1 theelepel peper, 1 theelepel zout, 10 fijngesneden

uitjes, 3 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden

kanaries of zoete amandelen, 2 à 3 schijfjes kentjoor, evenveel

schijfjes djahé, 1 lepel trassie-water, 5 of 6 schijfjes koenjit,

1 geraspte klapper, 2 lepels fijngesneden prij, een bordje vol

katjang-kaprie, 2 hardgekookte eieren, djeroek-water, zout, suiker

en peper naar smaak. Pastei-korst of aardappelen-korst, boter.

Bereiding:

De kippen, hartjes en levertjes worden fijngesneden en met de vier

eerstgenoemde specerijen goed ingewreven. Daarna stampt men de uitjes,

de bawang-poetih, de kanaries, de kentjoor, de djahé en koenjit

met elkander fijn, braadt dit op en voegt er het trassie-water bij,

vervolgens de kip met de santen van den geraspten klapper, en eindelijk

de prij, de katjang-kaprie met wat zout, suiker en peper.

Dit wordt alles gaar gekookt en in een basi kasar overgestort, waarin

men boter heeft gedaan. Pers hierover wat djeroek-water en overdek

dit met een pastei- of een aardappelen-korst.

Bak deze pastei in een oven gaar, met onder en boven vuur.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 649 / 1109 题