599. KWÉE MANGKOK.

Vier kopjes rijstmeel, 3 lepels legèn of evenveel gezeefde tapé-bras

(gist), 1/2 bierglas water, een kopje vol jong klapperwater, 1

theelepel zout, 2 kopjes dik gekookte santen, 2 kopjes vol witte-

of goela-djawa-stroop en kleine kopjes, waarin de gebakjes gestoomd

werden.

Bereiding:

Van het rijstmeel maakt men met de legèn, het water, het jonge

klapperwater en 't zout een beslag, dat men gedurende tien minuten goed

dooreen mengt; daarna roert men er langzaam, de santen en de stroop

door. Dit schept men vervolgens, nadat het beslag goed gerezen is,

in de kopjes over, die men in een toegedekte pan met heet water zet

en daarin verder gaar laat worden. Bij het voordienen worden deze

gebakjes uit de kopjes gestort en met geraspten klapper bestrooid.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 644 / 1109 题