598. KWÉE MADOE.

Vijf kopjes bloem, 2 kopjes witte suiker, 7 eierdooiers, 2 glazen

honig, 12 fijngestampte kruidnagels, 1 lepel fijne kaneel, 1 lepel

fijngesneden sukade, zout, schrijnspapier, boter.

Bereiding:

Van de zeven eieren neemt men de dooiers, die men goed klutst; doet

er, lepelsgewijze, het meel bij. Wanneer dit goed door elkander is

geklutst, voegt men er de bovenvermelde fijngestampte specerijen en

de honig bij en roert dit tot een deeg.

Men kan dit deeg in een met boter besmeerden springvorm bakken, of

wel men knipt een rond stuk schrijnspapier, besmeert dit goed met

boter en plaatst daarop het deeg. In beide gevallen wordt het in een

matig verwarmden oven gaar gebakken.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 643 / 1109 题