Vijf kopjes bloem, 2 kopjes witte suiker, 7 eierdooiers, 2 glazen
honig, 12 fijngestampte kruidnagels, 1 lepel fijne kaneel, 1 lepel
fijngesneden sukade, zout, schrijnspapier, boter.
Bereiding:
Van de zeven eieren neemt men de dooiers, die men goed klutst; doet
er, lepelsgewijze, het meel bij. Wanneer dit goed door elkander is
geklutst, voegt men er de bovenvermelde fijngestampte specerijen en
de honig bij en roert dit tot een deeg.
Men kan dit deeg in een met boter besmeerden springvorm bakken, of
wel men knipt een rond stuk schrijnspapier, besmeert dit goed met
boter en plaatst daarop het deeg. In beide gevallen wordt het in een
matig verwarmden oven gaar gebakken.