597. KWÉE LORO GOEDIK.

Een pond ketan, een weinig sirih-kalk, 5 kopjes santen, 1/2 geraspte

gebrande klapper, 1/2 pond javaansche suiker, water.

Bereiding:

De ketan moet men wit stampen, daarna wasschen met een weinig

sirih-kalk in het water. Hierna wascht men de ketan nog eens over en

doet ze op een zeef. Laat ze in den wind droog worden.

Nu braadt men de ketan droog op in een wadjan, stampt ze fijn en

zeeft ze.

Daarna kookt men de javaansche suiker met de santen op en doet daar

den halven geraspten gebranden klapper bij.

Het gezeefde ketanmeel wordt met wat water dik en gaar gekookt, waarna

men, al roerende, de suikerstroop met klapper er bij voegt. Als dit

dik is, stort men het op een houten bord of steenen schaal over,

terwijl men het laat bekoelen. Daarna snijdt men het aan reepen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 642 / 1109 题