(Wordt door twee personen samen gebakken).
Dertig eieren, het wit apart geklopt, 30 eetlepels fijne droge witte
suiker, 15 eetlepels gezeefde bloem, een pond gewasschen boter,
2 désert-lepels fijngestooten roode rijst (bekend onder den naam
van Ang-khah) (chineesch), 1 theelepel kruidnagelgruis, 1 theelepel
fijngestooten kardemom, 1/2 theelepel fijngestooten kaneel, gesmolten
boter.
Bereiding:
Wanneer men het beslag voor dit gebak wil maken, zijn er twee personen
daarvoor noodig evenals twee koekepotten en twee diepe kommen en twee
rieten bezempjes of eierkloppers.
Het eene beslag mag niet langer dan het andere blijven staan.
Daarom verdeelt men de boven opgegeven ingrediënten in tweeën.
In den eenen koekepot roert men zestien eierdooiers met zestien lepels
witte fijne droge suiker glad als boter gedurende een uur. Daarna
voegt men er lepelsgewijze, acht eetlepels bloem door en weldra
onder voortdurend roeren bij kleine hoeveelheden een half pond
uitgewasschen boter.
In den tweeden koekepot doet men de rest van de eierdooiers (veertien)
met zeven lepels droge witte suiker en zeven lepels bloem benevens
de hierboven vermelde specerijen en een half pond boter. Wanneer
het beslag in de beide koekepotten goed beslagen is, voegt men er
lepelsgewijze de tot schuim geslagen eiwitten in, bij de zestien
eierdooiers ook zestien eiwitten. Vervolgens bakt men dit gebak aan
lagen in een springvorm, die men eerst goed met boter heeft bestreken.
De eerste laag moet goed droog en doorbakken zijn; alvorens men
er de tweede gekruide laag beslag op doet; drukt men het met een
neteldoeksch lapje over de hand, gelijk, daarna wordt er met een
kwastje wat gesmolten boter overheen gestreken. Nu bakt men ze om
en om aan lagen. Wanneer men vier lagen gebakken heeft, prikt men
er met een breinaald in, blijft er niets aan de breinaald hangen,
dan zijn de lagen gaar, en kan men dus voortgaan met bakken, anders
moet men ze nog even door laten bakken.
Voor het beslag op te scheppen gebruikt men een niet te groote
soeplepel.
Gemakshalve maakt men dit gebak ook wel alleen van het eerste beslag
en bij iedere laag, die men bakt, bestrooit men het goed met de bijeen
gemengde kruiden en dan weer gewoon beslag.