591. KWÉE LAPIS (SPEKKOEK).

(Wordt door twee personen samen gebakken).

Dertig eieren, het wit apart geklopt, 30 eetlepels fijne droge witte

suiker, 15 eetlepels gezeefde bloem, een pond gewasschen boter,

2 désert-lepels fijngestooten roode rijst (bekend onder den naam

van Ang-khah) (chineesch), 1 theelepel kruidnagelgruis, 1 theelepel

fijngestooten kardemom, 1/2 theelepel fijngestooten kaneel, gesmolten

boter.

Bereiding:

Wanneer men het beslag voor dit gebak wil maken, zijn er twee personen

daarvoor noodig evenals twee koekepotten en twee diepe kommen en twee

rieten bezempjes of eierkloppers.

Het eene beslag mag niet langer dan het andere blijven staan.

Daarom verdeelt men de boven opgegeven ingrediënten in tweeën.

In den eenen koekepot roert men zestien eierdooiers met zestien lepels

witte fijne droge suiker glad als boter gedurende een uur. Daarna

voegt men er lepelsgewijze, acht eetlepels bloem door en weldra

onder voortdurend roeren bij kleine hoeveelheden een half pond

uitgewasschen boter.

In den tweeden koekepot doet men de rest van de eierdooiers (veertien)

met zeven lepels droge witte suiker en zeven lepels bloem benevens

de hierboven vermelde specerijen en een half pond boter. Wanneer

het beslag in de beide koekepotten goed beslagen is, voegt men er

lepelsgewijze de tot schuim geslagen eiwitten in, bij de zestien

eierdooiers ook zestien eiwitten. Vervolgens bakt men dit gebak aan

lagen in een springvorm, die men eerst goed met boter heeft bestreken.

De eerste laag moet goed droog en doorbakken zijn; alvorens men

er de tweede gekruide laag beslag op doet; drukt men het met een

neteldoeksch lapje over de hand, gelijk, daarna wordt er met een

kwastje wat gesmolten boter overheen gestreken. Nu bakt men ze om

en om aan lagen. Wanneer men vier lagen gebakken heeft, prikt men

er met een breinaald in, blijft er niets aan de breinaald hangen,

dan zijn de lagen gaar, en kan men dus voortgaan met bakken, anders

moet men ze nog even door laten bakken.

Voor het beslag op te scheppen gebruikt men een niet te groote

soeplepel.

Gemakshalve maakt men dit gebak ook wel alleen van het eerste beslag

en bij iedere laag, die men bakt, bestrooit men het goed met de bijeen

gemengde kruiden en dan weer gewoon beslag.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 636 / 1109 题