589. KWÉE LAPIS DJAWA I.

Een pond rijstmeel, santen van 3 geraspte klappers, 1 kopje lauw

water, gekookte witte suikerstroop, fijngestampte roode rijst,

(of giftvrije analine).

Bereiding:

Het meel wordt met de santen, die eerst gekookt wordt, dooreen

gemengd. Als het beslag te dik is, voegt men er het kopje lauw water

bij. Daarna roert men er de suikerstroop door; hiervan de hoeveelheid

naar smaak te bepalen. Verdeel dan het beslag in tweeën en kleur de

eene helft met de roode rijst (of analine) rood. Neem daarna een

wadjan, vul deze met warm water en doe hierin een basi kasar of

vuurvaste diepe schaal.

Deze schaal wordt gevuld met een laagje wit beslag, daarna met een

laagje rood beslag, en zoo, afwisselend, doorgaande. Elke laag moet

eerst gaar zijn, vóór men er de volgende laag overgiet.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 634 / 1109 题