Een pond rijstmeel, santen van 3 geraspte klappers, 1 kopje lauw
water, gekookte witte suikerstroop, fijngestampte roode rijst,
(of giftvrije analine).
Bereiding:
Het meel wordt met de santen, die eerst gekookt wordt, dooreen
gemengd. Als het beslag te dik is, voegt men er het kopje lauw water
bij. Daarna roert men er de suikerstroop door; hiervan de hoeveelheid
naar smaak te bepalen. Verdeel dan het beslag in tweeën en kleur de
eene helft met de roode rijst (of analine) rood. Neem daarna een
wadjan, vul deze met warm water en doe hierin een basi kasar of
vuurvaste diepe schaal.
Deze schaal wordt gevuld met een laagje wit beslag, daarna met een
laagje rood beslag, en zoo, afwisselend, doorgaande. Elke laag moet
eerst gaar zijn, vóór men er de volgende laag overgiet.