(Ook nogosari of kwée-pisang genaamd).
Een half pond rijstmeel santen, van 1/2 klapper, een weinig zout,
rijpe pisang-radja, pisang-bladeren.
Bereiding:
De santen wordt met het meel dooreen gekneed. Snijd daarna de pisangs,
over de lengte, in de helft door, en deze weêr in tweeën over de
breedte. Van één pisang dus vier gelijke stukken. Omwikkel elk stuk
met wat van het uitgerolde deeg en maak er vierkante pakjes van in
pisang-bladeren. Deze koekjes worden gaar gestoomd in den koekoesan
en smaken, als ze warm worden genuttigd, het lekkerst.