Twee pond tarwemeel, 1 1/4 pond bruine suiker, 3 1/4 ons witte honig,
3/4 ons djeroek-manis-schillen (fijngesneden), 1 1/2 ons gedroogde,
fijngestampte djeroek-tjina-schillen, 1 theelepel fijngestampte
kruidnagels, 1/4 geraspte notemuskaat, 1/2 pijp fijngestampte kaneel,
1 theelepel potasch, 1/2 pond javaansche suiker, een pond boter, zout.
Bereiding:
De suiker wordt met den honig gekookt. Laat dit bekoelen en roer
er dan het meel, met de potasch, door. Vervolgens mengt men hier de
verschillende specerijen en de schillen doorheen en kneedt het deeg
goed samen. Nadat men dit een nacht heeft laten rijzen, bakt men het
in een beboterden vorm met boven en onder vuur.
Men gebruikt dit gebak met javaansche suiker, die men met boter
heeft gesmolten.
Aan dit gebak kan men, desverkiezende, eenigen bloemvorm geven en
met javaansche suiker-stroop versieren.