583. KWÉE KOE.

3 ons ketanmeel, 1 theekopje dikke, gekookte santen, 1 eetlepel

witte suiker en wat pandan- of spinaziewater (om groen te kleuren),

een weinig sirih-kalk. Vulsel: 2 ons katjang-idjoe, 2 ons javaansche

suiker, een weinig water.

Bereiding:

Het meel wordt met de santen, de suiker, het groene sap en de

sirih-kalk vermengd en tot een deeg gekneed, waarvan men balletjes

maakt, die van het volgende vulsel worden voorzien.

Vulsel: De katjang-idjoe wordt gaar gekookt, daarna door een tanggok

fijngewreven. De javaansche suiker wordt met een weinig water gekookt,

hierbij de fijngewreven katjang-idjoe gedaan en samen tot een dikke

brij gevormd.

Vul hiermede de balletjes, maak er koekjes van, die men een weinig

afplat, in meel wentelt en eindelijk, in een koekoesan, of in een

langsing, gaar stoomt.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 628 / 1109 题