563. BOEBOER SOEMSOEM.

Zes theekopjes tepong-bras, 2 kopjes water, santen kentel en santen

entjèr van één klapper, 2 djeroek-poeroet-bladeren (of een stuk seréh

naar keuze), zout en javaansche suiker-stroop.

Bereiding:

De tepong-bras lengt men voorzichtig aan met het water; de santen

entjèr kookt men met de djeroek-poeroet-bladeren, of de seréh, op en

roert er dan langzaam de aangemaakte tepong-bras door.

Wanneer dit dik begint te worden, roert men er langzaam de santen

kentel door. Men zorge er voor, dat het niet te dik, doch gaar wordt.

Men eet deze boeboer met goela-djawa-stroop.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 606 / 1109 题