564. BOEBOER TJòTJò I.

Zes kopjes tepong-bras, 1 1/2 kopje water, 1 pond javaansche suiker,

dikke santen, zout.

Bereiding:

De tepong-bras lengt men met het water en wat zout aan en kneedt

er dan langwerpige of ronde balletjes van. Deze kookt men gaar in

kokend water; als zij boven komen drijven, zijn ze gaar; nu schept

men ze er uit en laat ze op een zeef uitlekken. Vervolgens kookt

men de javaansche suiker, met wat water, tot stroop, wentelt de gare

meelballetjes in wat meel en doet ze daarna in deze stroop. Kook dit

verder op, tot de suiker dik is.

Deze boeboer wordt met dikke, gekookte santen gegeten.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 607 / 1109 题