Zes kopjes tepong-bras, 1 1/2 kopje water, 1 pond javaansche suiker,
dikke santen, zout.
Bereiding:
De tepong-bras lengt men met het water en wat zout aan en kneedt
er dan langwerpige of ronde balletjes van. Deze kookt men gaar in
kokend water; als zij boven komen drijven, zijn ze gaar; nu schept
men ze er uit en laat ze op een zeef uitlekken. Vervolgens kookt
men de javaansche suiker, met wat water, tot stroop, wentelt de gare
meelballetjes in wat meel en doet ze daarna in deze stroop. Kook dit
verder op, tot de suiker dik is.
Deze boeboer wordt met dikke, gekookte santen gegeten.