5 kopjes tepong-bras (rijstmeel), 1/4 geraspte klapper, 1 kopje water,
santen van 2 klappers, stroop van javaansche suiker, zout.
Bereiding:
Men roert de tepong-bras met den geraspten klapper goed dooreen. Dit
mengsel doet men in een koekoesan, waarin een schoon pisang-blad of een
vochtig gemaakten doek of servet geplaatst is en stoomt dit gedurende
een kwartier. Vervolgens haalt men het gestoomde meel er uit, meng dit
met het water tot een beslag en maakt er kleine balletjes van. Daarna
kookt men deze in de santen gaar, waarbij de santen dan van zelf dik
wordt. Men eet deze balletjes met suikerstroop.