Een lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten, 3 sioongs bawang-poetih,
een stukje temoekoentji en een stukje kentjoor, beide een kwart
vinger lang, 4 lepels fijngesneden bawang-mérah, 4 uitgehaalde
kemiries, 5 schijfjes laos, een stukje trassie, 1 gepofte lombok,
1/4 geraspte drooggebraden klapper, 2 djeroek-poeroet-bladeren,
santen van 3/4 klapper, een theebordje versche gekookte garnalen,
eenige kemangie-bladeren.
Bereiding:
Al de vermelde kruiden, behalve de djeroek-poeroet- en
kemangie-bladeren, worden fijngestampt, in de santen van dien
3/4 klapper opgekookt en de garnalen er bij gedaan, met zout naar
smaak. Wanneer men deze saus maakt, wordt ze bij boeboer santen
gebruikt. Men neemt er dan sambel-katjang of sambel-boekoek-kring bij.
Deze saus wordt "boeboer manggool" genoemd.