Ikan kakap of ikan gemboong, zout, slaolie, een stuk gebrande koenjit,
een paar schijfjes djahé, een lombok, vijf kleine uitjes; 1 lepel
mosterd, azijn.
Bereiding:
De visch, als deze groot is, wordt aan mooten gesneden, deze in het
zout gedaan en een nacht hierin gelaten, met iets zwaars er boven
op; den volgenden dag in olie opgebraden. De koenjit, djahé en de
uitjes worden fijngestampt, met den mosterd vermengd, even in olie
opgebraden en de azijn daarna er bij gedaan, met de lombok. Dit wordt
samen opgekookt; daarna laat men het bekoelen. De mooten gebakken
visch worden nu in stopflesschen gedaan en de koude (gekookte) azijn
er over heen gegoten.