543. ATJAR-PALMIET.

Eenige stukken jonge palmiet, 1 flesch javaansche azijn, 1/2 eetlepel

fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden djahé, 2 lepels

fijngesneden koenjit; vervolgens 1 eetlepel mosterd en 1 eetlepel

zout, slaolie.

Bereiding:

De bawang-poetih, djahé en koenjit worden met elkander fijngestampt,

in de olie gebraden en daarna met den azijn opgekookt. Vervolgens

zeeft men den azijn en lengt den mosterd en het zout er mede aan. De

palmiet wordt in water met zout gekookt; vervolgens laat men ze in een

zeef uitlekken, en worden ze in een servet gedroogd, daarna in stukken

gesneden en in een stopflesch gedaan. Men giet er den azijn over heen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 584 / 1109 题