Eenige jonge mangga's, zout, een flesch zoet-zuur-azijn (No. 530)

Bereiding:

De mangga's worden geschild, in de helft doorgesneden en de

pit verwijderd. Men wrijft ze met zout in en laat ze aldus een

nacht, onder een zwaar gewicht, staan. Daarna worden ze in den wind

gedroogd, in flesschen gedaan en er de bereide azijn over gegoten. Den

volgenden dag giet men den azijn af, kookt dezen wederom op, proeft

of hij voldoende zoet van smaak is en giet hem, koud, weder over de

mangga's. Als de azijn er dik als gelei uitziet is de atjar-manis

voor het gebruik gereed.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 583 / 1109 题