Een pond tarwemeel, zes eieren, water.
Bereiding:
Het meel wordt met wat water tot deeg gekneed, zooals men brooddeeg
verwerkt. Om het geel te maken, voegt men bij één pond meel zes
eieren. Sommigen mengen er, in plaats van eieren, saffraan door.
Het deeg wordt eenige uren achter elkander goed gekneed, gebroken,
dat is: met kracht van elkaar gescheurd en dan weêr saamgevoegd,
daarna in een houten spuit gedaan, die van voren een plaat met kleine
gaatjes heeft, waardoor het deeg langzaam, met een houten stamper,
wordt uitgedrukt. Dit komt dan als fijne draden te voorschijn en
wordt in een zeef opgevangen. Men zorge de vermicelli op een open,
luchtige plaats (in de zij- of achtergalerij) te maken, zoodat,
bij het uitspuiten, de draden door den wind kunnen bekoeld worden
en niet aan elkaar kleven. Deze vermicelli droogt zeer snel door de
luchtstrooming. Als ze droog is, is ze voor dadelijk gebruik geschikt.