Zes lepels boter, 1 lepel fijngehakte pieterselie, 2 eierdooiers,
peper, zout en notemuskaat naar smaak, djeroek-sap.
Bereiding:
De boter wordt in een pan gewarmd; als ze gesmolten is, doet men
er de specerijen en de pieterselie bij, daarna zet men de saus af
van het vuur en voegt er, als de saus een weinig is afgekoeld, de
geklutste eierdooiers door; men kan er, naar verkiezing, djeroek-sap
doorheen doen.