Drie lepels meel, 3 lepels boter, 1 1/2 eetlepel gehakte pieterselie,
4 à 5 kopjes water of bouillon, peper en zout naar smaak.
Bereiding:
Het meel wordt met een weinig water aangelengd; daarna warmt men het
water of den bouillon, roert er vlug het aangemaakte meel door met de
boter en, als dit dik begint te worden, voegt men er de pieterselie
en de specerijen bij.