(Gewone).
Twee hardgekookte eieren, 2 gekookte fijngesneden aardappelen, 2 rauwe
eierdooiers, 2 lepels zure melk of room, 1 lepel mosterd, 4 lepels
slaolie, 2 lepels bessensap, 2 à 3 lepels azijn, 1 lepel Liebig's
vleesch-extract, 1 lepel fijngekapte uitjes, peper, zout en notemuskaat
en het gehakte eiwit van de bovenvermelde 2 hardgekookte eieren.
Bereiding:
De hardgekookte eierdooiers worden met de aardappels zeer fijn
gewreven; daarna klutst men de eierdooiers en roert die er doorheen met
het fijngehakte eiwit. Roer dit vervolgens zachtjes aan, lepelsgewijze,
met de slaolie, den room, den azijn, het bessensap, de Liebig en doe
daarna den aangemaakten mosterd met de specerijen en de gekapte uitjes
hier doorheen.
Men gebruikt deze saus koud bij vleesch, of men warmt haar op en
roert er wat azijn door, als ze te dik wordt, door het opwarmen.