(Bruine).
Drie lepels boter, 3 lepels bloem, 1/4 lombok, 1 daon salam, 1 glas
madéra, 3/4 lepel ketjap, 4 kopjes bouillon en 10 gekapte uitjes.
Bereiding:
Men fruit de bloem en de uien in de boter, doet er daarna den bouillon
met de specerijen bij; laat dit gedurende een kwartier goed doorkoken;
doe er daarna de ketjap bij. Vervolgens zeeft men deze saus en kookt
haar nog eens met de madéra op.