(Bij kip of visch).
Twee lepels rauwe rijst, welke men een nacht in water heeft geweekt,
2 eetlepels fijngesneden uien, 3 sioongs fijngesneden bawang-poetih,
5 gepofte kemiries, 2 schijfjes kentjoor, 2 schijfjes laos, 1 theelepel
ketoembar, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren, eenige
blaadjes kemangie, 3 lepels rauwe, gepelde garnalen, santen van 1/2
klapper, zout, 1/2 flesch water.
Bereiding:
De geweekte rijst wordt gedroogd, daarna gestampt, met de bovenvermelde
kruiden. Doe er vervolgens het water bij en laat dit, al roerende,
koken, tot de rijst gaar is.
Nu voegt men er de santen, de bladeren en de garnalen bij en laat
dit samen koken, tot de saus dik wordt.