Een bordje vol fijngesneden prij, 4 lepels fijngesneden selderie,
1 theeschoteltje vol gesneden kool, een paar fijngesneden worteltjes,
een bordje vol postelein, een hand vol peulen, zout en peper, water,
1/2 kopje ketjap, naar verkiezing 1 kopje rijst.
Bereiding:
De groenten worden, na gesneden te zijn, in water met zout gaargekookt
en daar de ketjap bij gevoegd.
N.B. In den vastentijd veel door Roomschen gebruikt, als zij toch
soep wenschen te hebben.