Twee honderd oesters; verder dezelfde bestanddeelen als bij de sop
oedang; 2 geklutste eierdooiers, meel, boter.
Bereiding:
De oesters worden schoongemaakt, van den baard ontdaan, terwijl van
het water, uit de oesters, wat bewaard wordt. Daarna steekt men de
oesters aan bietings en kookt ze even gaar. Nu haalt men deze oesters
door de geklutste eierdooiers, strooit er wat meel over en bakt ze op.
Vervolgens doet men de oesters in den bouillon met een weinig van
het oester-water en volgt overigens dezelfde bereiding als van de
sop oedang (ook de madéra, enz.). (No. 439).