426. KERRIE-SOEP I.

Een vette kip, 10 uitjes, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 4 stuks

lombok, een klein stukje djahé, een stuk gebrande koenjit, 4 kemiries,

3/4 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten, een stuk ineengedraaide seréh,

2 djeroek-poeroet-bladeren, een paar schijfjes laos, santen van 1

klapper, zout naar smaak, 3 à 4 hard gekookte eieren, 2 plakken soön,

2 salam-bladeren, boter.

Bereiding:

Men snijdt de kip in stukken, terwijl men van het vleesch van de

borst frikadelletjes maakt, die men in boter bruin braadt. Van het

overige van de kip maakt men een krachtigen bouillon. Vervolgens

worden de kruiden, behalve de seréh en de bladeren, fijngestampt,

in versche klapperolie of boter geel gebakken, daarna in den bouillon

even opgekookt. De bouillon wordt daarna gezeefd en de kruiden door

de zeef fijngewreven, tot ze verdwenen zijn, vervolgens de soön en de

santen bij den bouillon gevoegd en alles, roerende, doorgekookt, tot

de soön gaar is. Men zorge dat de santen niet schift. Het laatst doet

men er de frikadelletjes in. Men neme zout en peper naar smaak. Wanneer

de kerriesoep wordt voorgediend, presenteert men er in vierde parten

gesneden hard gekookte eieren en geroosterde sneedjes brood bij.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 459 / 1109 题