Een gekookte visch van middelmatige grootte (± 3,5 d.M. lang),
1 eetlepel sambel badjak (No. 83), 1 kopje santen, djeroek-limo.
Bereiding:
Van de gekookte visch pluist men al het vleesch af en doet dit op
een schaaltje. Vervolgens roert men de sambel badjak door de santen,
zet dit even te koken, onder aanhoudend roeren, en stort dit daarna
over de visch uit. Als dit gerecht koud is geworden, perst men er
het sap van de djeroek-limo over.