Drie à vier stuks ikan-pedah, 12 fijngesneden uitjes, 2 sioongs
bawang-poetih, 10 lomboks zonder pitten, een halve vingerlengte
temoekoentji, 1/2 theelepel zout, een stukje asem, zoo groot als een
duivenei, 10 uitgehaalde kemiries, daon kemangie, pisang-bladeren.
Bereiding:
De kruiden worden fijngestampt, de visch goed schoongewasschen; daarna
maakt men de pisang-bladeren gereed om er de visschen, in hun geheel,
met de gestampte kruiden bedekt en met wat kemangie-bladeren in te
doen. Wanneer de pisang-bladeren zijn dichtgevouwen en met bietings
vastgestoken, worden deze pakjes boven vuur geroosterd tot het gerecht
gaar is; men zorge ze goed aan weêrszijden te roosteren.