364. PASTEI DJAWA KETJIL.

Een bord vol gepelde, gekookte garnalen, 3 lepels fijngesneden uien,

5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel

djienten, 1 theelepel peper, 5 schijfjes djahé, een kwart vingerlengte

fijngesneden seréh, 1/2 theelepel suiker, 1 theelepel zout, 1 theelepel

trassie, een hand vol fijngesneden prij, 1 lepel fijngesneden

pieterselie, 1 eetlepel asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren,

boter of olie.

Voor de korst: 2 kopjes tepong bras, 2 eieren, 1/2 kopje gesmolten

boter, eenige geklopte eierdooiers, zout naar smaak.

Bereiding:

De garnalen worden fijngehakt, de kruiden (niet de prij, pieterselie

en de bladeren) worden fijngestampt, in boter opgebraden, de garnalen

er bij gedaan, daarna de pieterselie, prij, djeroek-poeroet-bladeren

en het asem-water. Laat dit samen nog even doorbraden.

Van het meel (tepong bras) maakt men met de eieren, boter, zout en,

zoo noodig, een weinig water, een kneedbaar deeg, dat dun moet worden

uitgerold, snijd hier ronde schijven uit en vul deze met een weinig van

het garnalen gehakt, vouw de schijven dicht, geef er den halvemaanvorm

aan, bestrijk de pasteitjes met het geklopte geel van eieren en bak

ze eindelijk in kokend heete boter of olie, aan beide kanten, bruin.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 390 / 1109 题