Overgeschoten stokvisch [Zie No. 370] van den vorigen dag, b.v. 1 bord
vol; 1 theeschoteltje vol gebakken uien, 1 kopje gesmolten boter,
peper en zout naar smaak, 1 lepel mosterd, 2 kopjes gekookte rijst,
1 bordje vol fijngemaakte aardappelen, boter, beschuitkruim, 1 kopje
bouillon [of stokvisch-water].
Bereiding:
De visch wordt fijngemaakt en zorgvuldig van de graten ontdaan, daarna
vermengd met al de bovengenoemde ingrediënten en aldus met een paar
lepels boter in een grooten basi kasar gedaan. Vervolgens doet men
er bij wijze van korst, een laag beschuitkruim op, terwijl men er
nog ten overvloede, om dit gerecht niet te droog te laten worden,
een kopje bouillon bij voegt. Bak dit verder in den penggorèngan,
met onder en boven vuur, gaar.