Visch (tengirie, bandeng of gaboes), 1/4 geraspte klapper, 6 kemiries,
1/2 theelepel suiker, 5 schijfjes kentjoor, 1/4 lepel zout, 1 ei, 1
lepel fijngesneden prij, santen van 1/2 klapper, boter of klapperolie,
pisang-bladeren.
Bereiding:
De visch wordt eerst gekookt, daarna al het vleesch er afgehaald en
fijngehakt. Men stampt den klapper, de kemiries, suiker, kentjoor en
zout bij elkander fijn, doet hier de fijngesneden prij met de gehakte
visch door en vermengt dit alles met het ei dooreen.
Is dit geschied, dan neemt men er een lepel vol van en doet dit in
een pisang-blad en maakt er, aldus voortgaande, pakjes van, die men
met wat santen overgiet en daarna met bietings sluit.
Rooster vervolgens deze pakjes, aan weêrszijden, ongeveer 6 à
8 minuten.