4 kreeften, kleine balletjes gehakt, fijngesneden augurkjes in 't
zuur, een kopje vol kappertjes, 3 hardgekookte eieren, 1 lepel vol
fijngesneden olijven, 1 kopje vol gekookte gepelde garnalen, 2 zeer
fijn gehakte uitjes, een paar salam-bladeren, 6 witte peperkorrels, 4
à 5 kruidnagels, zout naar smaak, een stang agar-agar, een kopje azijn.
De saus voor de daube: 8 eierdooiers, 2 à 3 lepels azijn, 1 1/2
theelepel ketjap, 1 theelepel mosterd, 1 lepel zeer fijn gehakte
prij, zout.
Bereiding:
De kreeften worden gekookt en daarna al het vleesch er uit gehaald en
heel fijn geplozen. Vervolgens doet men, laag-om-laag, dit vleesch,
in een steenen vorm, afwisselend met de eerst opgegeven ingrediënten:
gehakt, kappertjes, garnalen, enz. Hierna smelt men de agar-agar
met azijn, doet er zout en peper bij, naar smaak. Is de agar-agar
gesmolten, dan giet men dit over de massa in den steenen vorm, om
deze te doen verglazen
Wanneer deze daube wordt voorgediend, geeft men er de volgende saus
bij: de acht eierdooiers klopt men fijn en doet men er, druppelsgewijze
(onder het kloppen), wat slaolie bij, vervolgens den azijn; men
klopt alles goed door tot het dik begint te worden en doet er dan
den mosterd, de ketjap en de fijngesneden prij bij.
Deze daube gebruikt men bij salade.