353. IKAN SANTEN.

Een visch van middelmatige grootte, 10 uitjes, 2 lomboks, 5 schijfjes

laos, 1 theelepel trassie, 1 lepel fijngesneden seréh, 1 paar

salam-bladeren, 1 djeroek-poeroet-blad, santen van een klapper,

zout naar smaak, boter, sla- of klapperolie.

Bereiding:

De visch wordt in mooten gesneden met zout ingewreven en in boter of

olie gebakken. Men stampt de kruiden fijn en kookt ze, onder aanhoudend

roeren, met de santen op. Wordt deze dik, dan doet men er de mooten

visch bij, met de salam- en djeroek-poeroet-bladeren. Laat dit nog

even doorkoken en haal er dan de mooten visch uit, die men op een

schaal rangeert. De saus wordt afzonderlijk bij de rijst gepresenteerd.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 379 / 1109 题