Een middelmatig groote visch, 15 kemiries, 3 lomboks, 6 sioongs
bawang-poetih, 5 schijfjes laos, een kwart vingerlengte koenjit,
1 theelepel trassie, twee vingerlengten seréh, een eetlepel asem,
santen van 1 klapper, zout naar smaak, boter of klapperolie.
Bereiding:
De visch wordt aan mooten gesneden, met zout ingewreven en
gebakken. Daarna worden al de kruiden, ook de asem, bij elkander
fijngestampt en, in olie, half gaar gebraden. Doe vervolgens de mooten
visch met de santen bij deze kruiden en laat alles samen doorkoken,
tot de saus dik wordt.
Als dit gerecht gaar is, worden de mooten er voorzichtig uitgenomen,
op een schaal gerangeerd en met de saus overgoten.