351. IKAN PETJIL.

Visch, 8 gepofte kemiries, 1 of 2 lomboks, 1 theelepel trassie,

2 eetlepels fijngesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes

kentjoor, zout naar smaak, 1 à 2 kopjes santen, daon kemangie.

Bereiding:

Men kookt den visch en neemt het vleesch van de graten af. Vervolgens

stampt men de bovenvermelde kruiden bij elkander fijn en kookt ze op in

de santen. Als dit dik wordt, giet men het over het vleesch, dat eerst

op een schotel is gedaan. Dit gerecht wordt met daon kemangie versierd.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 377 / 1109 题