Visch, 1/2 geraspte klapper droog gebraden, 3 eetlepels fijngesneden
uien, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel droog gebraden djienten, 1
theelepel trassie, 1 lepel goela-djawa, 1 lepel asem, 2 theelepels
zout, 1 theelepel fijne peper, 1 ei, 1/2 kopje santen, klapperolie.
Bereiding:
De uien worden met olie even opgebraden en daarna met de overige
kruiden fijngestampt. Men klopt nu heel voorzichtig op den visch,
zoodat het vel van het vleesch loslaat. Achter den kop snijdt men den
visch voorzichtig open en haalt dan het vel zachtjes er af, zoodat
het niet scheurt. Dit vel wordt later met het gehakte vleesch opgevuld.
De visch wordt van de graat ontdaan, het vleesch er van fijngehakt
en met de gestampte kruiden vermengd. Braad dit samen op, laat het
koud worden, doe er een ei en een weinig santen door en vul met
dit papje het vel van den visch op. Steek daarna den zak met een
bieting dicht. Vul hem niet te stijf op, ongeveer 3/4, anders barst
hij. Vervolgens braadt of roostert men dezen visch.