350. IKAN OTAT-OTAT OF IKAN KòDòK.

Visch, 1/2 geraspte klapper droog gebraden, 3 eetlepels fijngesneden

uien, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel droog gebraden djienten, 1

theelepel trassie, 1 lepel goela-djawa, 1 lepel asem, 2 theelepels

zout, 1 theelepel fijne peper, 1 ei, 1/2 kopje santen, klapperolie.

Bereiding:

De uien worden met olie even opgebraden en daarna met de overige

kruiden fijngestampt. Men klopt nu heel voorzichtig op den visch,

zoodat het vel van het vleesch loslaat. Achter den kop snijdt men den

visch voorzichtig open en haalt dan het vel zachtjes er af, zoodat

het niet scheurt. Dit vel wordt later met het gehakte vleesch opgevuld.

De visch wordt van de graat ontdaan, het vleesch er van fijngehakt

en met de gestampte kruiden vermengd. Braad dit samen op, laat het

koud worden, doe er een ei en een weinig santen door en vul met

dit papje het vel van den visch op. Steek daarna den zak met een

bieting dicht. Vul hem niet te stijf op, ongeveer 3/4, anders barst

hij. Vervolgens braadt of roostert men dezen visch.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 376 / 1109 题