Men neemt hiervoor de ikan tengirie, gaboes, goeramé, bandeng
of kemboeng (ook garnalen kan men nemen). Verder: 20 kemiries,
10 afgekookte lomboks, 1 lepel ketoembar, 1/2 lepel djienten,
8 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1/2 theelepel trassie,
asem- of djeroek-water, santen van 1/2 klapper, boter of klapperolie.
Bereiding:
Men roostert of kookt den visch. Als de visch is gekookt, wordt
hij daarna aan stukjes gepluisd. De opgegeven kruiden worden samen
fijngestampt en in boter of olie lichtbruin gebraden, liefst in
een aarden pannetje. Vervolgens doet men hier de santen bij en
laat dit samen koken tot het rood wordt en de olie er begint uit te
komen. Deze saus wordt over den visch heengestort en daarna het asem-
of djeroek-water er bij gedaan.