346. IKAN GORÈNG TJOEKA.

Visch, 4 sioongs bawang-poetih, 2 of meer lomboks, een kwart

vingerlengte djahé, een halve vingerlengte koenjit, 1 kopje azijn,

zout, boter of klapperolie.

Bereiding:

Men snijdt de visch aan mooten; kleine vischjes laat men heel;

wrijf ze in met zout en bak ze in boter of olie bruin. Vervolgens

stampt men de kruiden samen fijn, braadt ze in een aarden pannetje,

en doet er een kopje azijn met zout naar smaak bij. Kook dit samen

op, tot het bijna dik is en giet dit sausje over den gebakken visch,

dien men te voren op een schaal gerangeerd heeft.

Men kan de saus, nadat deze met den azijn gekookt heeft, eerst zeven.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 372 / 1109 题