Een bord vol rauwe gepelde garnalen, 1 theekopje arrowroot (of
meel), de volgende fijngestampte kruiden: 2 theelepels ketoembar, 2
schijfjes laos, 1 sioong bawang-poetih, 10 fijngesneden roode uitjes,
2 theelepels zout; vervolgens 1 eetlepel fijngehakte prij, 1 eetlepel
fijngehakte pieterselie, 3 kopjes santen, boter.
Bereiding:
De garnalen worden fijngehakt en met de fijngestampte kruiden
vermengd; daarna lengt men de arrowroot aan met de santen, voegt hier
de pieterselie en de prij bij en doet er de aangemaakte garnalen
door. Men bakt dit mengsel als koekjes in kokend heete boter, door
telkens één lepel er van te nemen en in de pan te bakken.