6 kepitings, zout en water, 3 eieren, peper, zout en notemuskaat naar
smaak, geweekt brood (eenige sneedjes, afhangende van de grootte der
kepitings), beschuitkruim, boter.
Bereiding:
Men kookt de kreeften, naar gelang der grootte, 15 à 20 minuten,
in kokend water met zout. Zien ze er oranje of rood uit, dan zijn
ze gaar. (De ketel moet goed dicht worden gehouden, daar anders de
kreeften er uit trachten te komen).
Nu neemt men ze uit het water en laat ze op een vergiet bekoelen en
uitdruipen. Daarna snijdt men de scharen en pootjes af, haalt daaruit
evenals uit de schaal, het vleesch, kapt dit fijn, vermengt het met
de opgegeven ingrediënten tot gehakt, vult er de uitgehaalde schalen
mede op, die te voren met boter zijn ingesmeerd, bestrooit ze nu met
beschuitkruim en boter en bakt ze in kokend heete boter lichtbruin.