331. GARNALEN PASTEI.

Twee diepe borden vol gepelde gekookte garnalen, 3 lepels fijngesneden

prij, 2 lepels fijngesneden uitjes, 1 theelepel peper, 1/2 geperste

djeroek, een stuk foelie, 1 groote kop bouillon, 2 geklopte

eierdooiers, zout, beschuitkruim en boter.

Bereiding:

De uien worden met de prij in boter bijna gaar gefruit; vervolgens

doet men er de garnalen bij, braadt dit nog eens samen op en voegt

er de specerijen en den bouillon bij, alsmede wat djeroek-sap en laat

dit samen stoven, tot het dik wordt. Daarna doet men er, al roerende,

de geklopte eierdooiers door, bindt alles met beschuitkruim en maakt

er een dun uitgerolde pastei- of een aardappelen-korst overheen. Op de

korst moet een weinig boter gedaan worden. Verder moet dit gerecht,

dat in een beboterde basi-kasar is gedaan, nadat de eierdooiers er

doorheen zijn geroerd, met onder en boven vuur worden gaar gebakken,

tot de korst lichtbruin is.

Wil men geen vaste korst over de pastei hebben, dan strooit men er

alleen beschuitkruim over.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 357 / 1109 题