322. VOL AU VENT VAN VLEESCH.

Vulsel: ragoût van vleesch, champignons, ragoûtsaucijsjes. kleine

kalfsfrikadelletjes, morilles of kappertjes. Het deeg: 1/2 pond boter,

1/2 pond bloem, 1 theekopje water, 2 eierdooiers. (Zie No. 706,

pasteikorst).

Bereiding:

Men maakt eerst een bol van snippers papier, die men in boter drenkt;

daarna rolt men het deeg uit, één centimeter dik, en snijdt er een

rondte uit, zoo groot als ongeveer een bord; leg hierop den bal

snippers, snijdt dan uit het verdere deeg dat men weêr vereenigd

en uitgerold heeft, een tweede rondte, dat 1/2 centimeter dik is,

leg dit over den bal snippers heen en druk dit, van onder, in de

rondte goed aan, zoodat de bal bedekt is en het deeg met de onderste

laag aaneen zit. Van het restant deeg rolt men lange dunne reepen

en druk deze vast om het onderste gedeelte, als rand. Maak dan van

het restant meel een klein balletje en dan dit boven op den ronden

deegbal, druk dit er vast op. (Dit dient later tot deksel.) Strijk

nu, met een veertje, wat gesmolten boter met het geklutste geel van

twee eieren, over den deegbal. Zet dezen voorzichtig op een met boter

bestreken plaat, in den oven, te bakken. Zorg er voor, dat hij niet

bruin brandt. Is de bal voldoende geel gebakken, dan haalt men hem

er uit en laat hem koud worden.

Snijd nu een top van het bovendeeg, met het balletje als knop, af,

zoodat dit het deksel vormt, en haal heel voorzichtig de snippers

papier met een schaar of tangetje uit den bal. Bestrijk den binnenkant,

middels een kippenveer, met gesmolten boter en doe er dan het vulsel

in. Doe er het deegdeksel weêr op en bak alles in den oven nog eens

licht bruin.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 346 / 1109 题